B7 op gitaar: zo maak je van een lastige…

Voor veel gitaristen is het B7-akkoord het eerste serieuze obstakel in open akkoorden. Het voelt krap, vraagt nauwkeurigheid met de rechterhand, en verschijnt precies daar waar je het niet kunt negeren: in talloze blues- en folknummers in de toonsoort E. Dit artikel helpt je het B7-akkoord niet alleen correct te pakken, maar het ook muzikaal te gebruiken. Geen droge theorieles, wel een concreet plan, valkuilen met oplossingen, en oefeningen die je klank meteen verbeteren.
Waarom B7 de moeite waard is
B7 is het dominante akkoord (V7) in de toonsoort E. Dat betekent: het draagt spanning, en wil terug naar E oplossen. In een 12-maten-blues in E kom je B7 standaard tegen in maat 9–10. Ook in folk en fingerstyle zorgt B7 voor dat herkenbare ‘terug-naar-huis’-gevoel. Wie B7 overtuigend speelt, laat progressies vloeien en geeft simpele ritmes een professionele rand.
Basisgreep: zeker weten dat je de juiste noot laat spreken
De klassieke open greep voor B7 (van laag naar hoog):
- 5e snaar (A): 2e positie met middelvinger
- 4e snaar (D): 1e positie met wijsvinger
- 3e snaar (G): open
- 2e snaar (B): 2e positie met ringvinger
- 1e snaar (e): 2e positie met pink
Belangrijk: sla de lage E-snaar bij voorkeur niet mee. De laagste toon die je wilt horen is B (5e snaar). Bij strummen helpt het om de pick iets richting de 5e snaar te laten landen of je duim licht tegen de 6e snaar te laten rusten.
Veelgemaakte fouten en hoe je ze oplost
- Gedempte 1e snaar: verplaats de pink net iets richting fret en rol de vinger heel licht naar de vingertop.
- Onbedoelde 6e snaar: oefen downstrokes die op de 5e snaar beginnen; zet desnoods je duim tegen de 6e snaar als demper.
- Te veel kracht: druk alleen recht achter de fret, niet in het midden van de fret; dat scheelt spanning en kraakjes.
- Onhandige vingerwissel vanuit E: hou de wijsvinger laag bij de hals; hij schuift van E vaak niet ver weg naar de B7-positie.
Mini-vormpjes en variaties die sneller wisselen mogelijk maken
Je hoeft niet altijd de volledige greep te spelen om muzikaal te klinken. Drie nuttige opties:
- Compacte B7 (snaren 4–1): pak alleen D1, B2, e2 en laat G open. Ideaal in snelle strumgrooves.
- B7sus4-gevoel: til af en toe de pink op de 1e snaar op en neer (van e2 naar open). Dat geeft spanning zonder dat je de hele greep verliest.
- B7 met basloop: speel om en om A2 (B), open D, D1, terug naar A2. De linkerhand blijft grotendeels staan, de rechterhand geeft beweging.
Overgangen die in echte songs voorkomen
De waarde van B7 zit in de overgang. Richt je oefentijd op realistische wissels:
- E naar B7 en terug: bouw spiergeheugen op met kleine bewegingen; laat de wijsvinger dicht bij de toets hangen.
- A7 naar B7: behoud het open karakter (G-snaar blijft bij beiden open), focus op gelijkmatige attack.
- F#7 naar B7 (turnaround): verschuif het accent naar de bas; exact spelen is hier belangrijker dan hard spelen.
Ritmes en picking die B7 laten zingen
Een akkoord is maar zo goed als je rechterhand. Drie patronen die meteen muzikaal klinken:
Swing-strum (shuffle)
Tel: 1 & a 2 & a 3 & a 4 & a. Speel op 1, a, 3, a een lichte neerwaartse slag, op 2 en 4 een subtiele opwaartse slag. Laat de 3e snaar als klankanker doorklinken.
Travis picking
Duim afwisselend 5e en 4e snaar (B en F#), wijs- en middelvinger plukken 3e en 2e snaar. Voeg per maat een hammer-on toe op e2 om de maat te markeren.
Staccato groove
Korte, gedempte slagen (palm mute) op de 5e en 4e snaar, afgewisseld met open akkoordsnaren. Perfect voor strak tempo en percussieve feel.
Kijk en luister: zo klinkt het verschil
Een voorbeeld zegt meer dan een schema. Bekijk deze korte demonstratie en let op de handpositie, demping van de 6e snaar en het accent op de tel-achter-de-tel:
Snelle theorie, alleen wat je nodig hebt
B7 bestaat uit de tonen B–D#–F#–A. De A geeft de septiemkleur die naar E wil oplossen (E–G#–B). Wat je hiervan moet onthouden in de praktijk:
- Speel de A (septiem) duidelijk mee: dat is je e2 of de open G die met de D# samen de kleur maakt.
- Leg bij de overgang naar E de nadruk op E of G# in je strum of picking; zo voelt de luisteraar de opluchting.
Micro-riffs rond de B7-vorm
Een paar kleine bewegingen zorgen voor grote muzikale winst:
- Hammer-on op D0 naar D1 terwijl het akkoord staat: een klassieke bluesbeweging.
- Afwisselen van e2 naar open e: snelle smaakmaker aan het einde van een maat.
- Basloop B–C–C#–D–D#–E richting de E-maat; de linkerhand houdt de B7-greep grotendeels vast, je schuift alleen in de bas.
Een 10-dagenplan (15–20 minuten per dag)
Kort en haalbaar. Zet een metronoom op een comfortabel tempo en houd het elke dag bij.
- Dag 1: Schone greep. Los alle snaren individueel aan en luister of ze helder klinken. Corrigeer vingerhoeken.
- Dag 2: Demping. Oefen 8 maten langzaam strummen zonder de 6e snaar te raken. Neem jezelf op.
- Dag 3: E–B7–E-wissel. 2 tellen per akkoord, 20 herhalingen. Focus op minimale vingerbeweging.
- Dag 4: Shuffle-ritme. Voeg swing toe. Accentueer de open G-snaar in elke neerwaartse slag.
- Dag 5: Travis picking. 5 minuten patroon bouwen, 5 minuten met hammer-ons. Tempo pas verhogen als het stil en gelijkmatig klinkt.
- Dag 6: Micro-riffs. Voeg de D-hammer-on en e-pinkbeweging toe aan elke 2e maat.
- Dag 7: 12-maten in E. Speel 3 chorussen achter elkaar zonder te stoppen; fouten negeren, doorlopen.
- Dag 8: Dynamiek. Eén chorus zacht, één medium, één met percussieve demping. Luister naar verschil.
- Dag 9: Overgangen A7–B7 en F#7–B7. Korte bursts: 30 seconden aan, 15 seconden uit; 5 rondes.
- Dag 10: Opname-dag. Neem het hele schema op. Noteer wat nog wringt en plan een weekje extra daarop.
Toepassen in echte progressies
Probeer deze twee formats die in talloze nummers werken:
12-maten-blues (E-sleutel)
Maten 1–4: E. Maten 5–6: A7. Maten 7–8: E. Maten 9–10: B7. Maat 11: A7. Maat 12: E (eventueel B7 als turnaround). Laat in maat 9 de bas strak op B landen en in maat 12 de e2 of G# van E duidelijk horen.
Folkprogressie met open klank
E – B7 – E – A – E – B7 – E. Werk met zachte neerwaartse slagen en kleine melodische bewegingen op de hoge snaren voor sfeer.
Klank en speelcomfort: kleine tweaks, groot effect
- Snaardikte: iets dunnere set (bijv. .010–.047 op akoestisch) maakt stretches en pinkcontrole makkelijker.
- Actie: een te hoge actie maakt B7 onnodig zwaar. Laat indien nodig de hals en kam afstellen.
- Plectrum: een medium pick geeft voldoende attack zonder tikkerig te worden op de hoge snaren.
- Rechterhandpositie: iets dichter bij de toets strummen geeft warmer geluid; dichter bij de brug wordt het strakker en feller.
Oefenen met focus: wat je hoort is wat telt
Onderschat opnemen niet. Eén minuut opnemen en terugluisteren leert je meer dan tien minuten gedachteloos doorspelen. Let bij B7 op drie dingen: (1) Geen 6e snaar hoorbaar. (2) De hoogste noot is niet luider dan de rest, tenzij je dat bewust wil. (3) De open G draagt de kleur en mag niet verzuipen in het geheel.
Veelgestelde vragen die je echte tijd besparen
Moet ik de pink altijd gebruiken op e2? In de standaardgreep wel, omdat je ringvinger de B-snaar al bezet. Je kunt alternatieve vingerzettingen gebruiken, maar die worden vaak onrustig in snelle wissels. Kun je B7 vervangen door B? Theoretisch soms, maar je verliest precies de spanning die naar E trekt. In blues en folk klinkt een zuivere B zelden beter dan de septiemvariant. Elektrisch of akoestisch, maakt het uit? De motoriek is hetzelfde; wel reageert demping en dynamiek anders. Akoestisch vergroot fouten uit; als het daar goed staat, zit je elektrisch gebakken.
Verdiepen zonder te verdwalen
Als het basisgeluid staat, verdiep dan rustig: leer een barré-variant van B7 op de 7e positie voor hogere registers, combineer open en barré in call-and-response, en schrijf een eigen turnaround met de B7 als anker. Extra inspiratie of een handig geheugensteuntje nodig? Bekijk bijvoorbeeld akkoordinspiratie bij B7 en vertaal wat je ziet direct naar je eigen vingers.
Samenvatting: wat je morgen al anders doet
- Speel de standaardgreep ontspannen dicht bij de fret; demp de 6e snaar bewust.
- Oefen overgangen met E en A7, niet losstaande grepen.
- Gebruik een simpel shuffle- of Travis-patroon zodat het akkoord muzikaal klinkt, niet alleen correct.
- Voeg micro-riffs toe (D-hammer-on, e-pink op/neer) voor kleur zonder complexiteit.
- Neem jezelf op en verbeter wat je hoort, niet wat je denkt dat je speelt.
Het B7-akkoord is geen muur; het is een deur. Als je de techniek combineert met muzikaal luisteren, heb je in een paar dagen een akkoord dat niet meer stoort, maar juist je spel draagt. Zet de metronoom aan, begin bij dag 1, en laat B7 jouw liedjes ademen.
